Laadklep en laadruimte

Dit onderdeel van de voorbereiding op je rit draait om de laadklep en laadruimte. Zo leer je onder andere aan welke kwaliteitseisen de laadklep en laadruimte moeten voldoen en welke controles je hierop uitvoert.

De laadklep

De laadklep zit achterop de vrachtauto gemonteerd en wordt gebruikt bij het laden en lossen van de goederen in de laadruimte. De elektrische laadklep is bijna niet meer weg te denken in het huidige goederenvervoer.

Stickers
Op laadklep en de zijkant van de vrachtauto -dichtbij de laadklep- vind je verschillende stickers met belangrijke informatie. Zo vind je er naast stickers met veiligheidsinstructies ook stickers die je vertellen wanneer de laadklep voor het laatst gekeurd is en hoeveel gewicht de laadklep maximaal kan heffen.

Laadklep Periodieke Keuring (LPK)
Om zeker te weten dat de laadklep nog aan alle eisen voldoet, moet deze één keer per jaar gekeurd worden. Deze veiligheidskeuring heet een LPK.

Een erkende keurmeester controleert of de laadklep aan alle eisen voldoet.

Is de laadklep goedgekeurd, dan:

  • krijgt de laadklep een keuringssticker;
  • ontvang je de checklist met keuringspunten;
  • wordt de keuring geregistreerd in het onderhoudsboekje van de laadklep.

Hefdiagram laadklep
Deze sticker laat een hefdiagram zien. Op de sticker lees je hoeveel gewicht de laadklep maximaal kan dragen.
Dit is een voorbeeld van een hefdiagram.
Het wordt ook wel een lastdiagram of gewichtsdiagram genoemd.

Deze laadklep heeft een maximaal draagvermogen van 2500 kg. Toch kan de laadklep (het platform) dit gewicht niet op iedere plek dragen.

Controle laadklep
Voordat je de laadklep opent, doe je een visuele controle. Dit betekent dat je goed kijkt of je iets ongewoons aan de laadklep ziet.

  • Zie je beschadigingen of losse onderdelen?
    Ernstige beschadigingen of losse onderdelen kunnen het openen van de laadklep bemoeilijken.
  • Zie je lekkages?
    Een olievlek op de grond onder de laadklep kan betekenen dat er iets mis is met het hydraulische systeem. In dat geval kan de laadklep bijvoorbeeld zomaar openvallen zodra je deze van het mechanische slot haalt.

Bedieningskast laadklep
De laadklep bedien je met een bedieningskast. Deze bevindt zich aan de zijkant van de vrachtauto.

De bedieningskast wordt beschermd door een afdekklep.

Hierdoor:

  • komt er geen vuil of regen in het bedieningspaneel;
  • beschadigt het bedieningspaneel niet;
  • komen er geen onbevoegden aan het bedieningspaneel.

Geen sleutel? Geen beweging in de laadklep
Om de bedieningskast te kunnen gebruiken, heb je een massasleutel nodig. Zonder massasleutel is het bedieningspaneel niet te gebruiken. De massasleutel is daarmee een beveiliging. Als drager van de massasleutel ben jij de enige die de bedieningskast kan activeren en daarmee de laadklep kan besturen.

Je stopt de sleutel in de bedieningskast en draait deze naar rechts om de bedieningskast te activeren. Wil je de sleutel verwijderen? Draai dan de sleutel naar links en trek hem uit het bedieningspaneel.

Controle werking laadklep
Tijdens de Praktische toets kun je de vraag krijgen om te controleren of de laadklep werkt.

Deze controle gaat als volgt:

  1. Check of zich niemand in de omgeving (werkzone) van de laadklep bevindt.
  2. Plaats voorwerpen die laadklep kunnen belemmeren buiten de werkzone.
  3. Maak het mechanische platformslot los.
  4. Activeer de bedieningskast.
  5. Luister en kijk of de laadklep zijn normale beweging en geluiden maakt.
  6. Laat de laadklep een stukje dalen en hef hem dan weer terug in de gesloten stand.
  7. Sluit de laadklep af.

Bedienen laadklep
Ga je echt aan de slag met laden en lossen? Dan volg je bij het openen van de laadklep de volgende stappen:

  1. Check of zich niemand in de omgeving (werkzone) van de laadklep bevindt.
  2. Plaats voorwerpen die laadklep kunnen belemmeren buiten de werkzone.
  3. Maak het mechanische platformslot los.
  4. Activeer de bedieningskast.
  5. Laat de laadklep dalen tot op de grond (houd ondertussen in de gaten of de werkzone rond de laadklep vrij is).
  6. Zorg dat eventuele verlichting op de laadklep brandt zodat deze goed zichtbaar is.
  7. Zorg ervoor dat de werkzone voldoende verlicht is.
  8. Pak pylonen uit de vrachtauto en zet de werkzone af.

Bediening laadklep

Beveiliging werkgebied
Voor de veiligheid van omstanders en andere verkeersdeelnemers zet je, voordat je begint met laden en lossen, de werkzone rond de vrachtauto af. Hiervoor kun je de volgende middelen gebruiken:

Tijdens de praktische toets maak je gebruik van de pylonen die in de laadruimte klaarstaan.

Een goed verlichte werkzone is veiliger voor anderen én werkt voor jou veilig en prettig!

Gevarenzones laadklep
De werkzone afbakenen doe je dus voor de veiligheid van anderen. Tegelijkertijd is het belangrijk om jezelf ook bewust te blijven van de risico’s in de omgeving van de laadklep.

Hieronder zetten we de belangrijkste gevarenzones voor je op een rij.

PS: het gedeelte van de laadklep waar jij en de lading tijdens het dalen of heffen op staan, wordt ook wel het platform genoemd.

  1. Zone direct achter het platform en binnen het zwenkbereik van het platform.
    Gevaar: bekneld raken tussen een muur of laadkade en de laadklep. Blijf tijdens het bedienen van de laadklep bij de bedieningskast aan de zijkant van de vrachtauto staan
  2. Zone tussen de dalende laadklep en de grond.
    Gevaar: geplet worden tussen de dalende laadklep en de grond.
    Jouw veilige plek bevindt zich opnieuw naast de vrachtauto.
  3. Zone tussen de stijgende laadklep en de achterkant van de laadvloer.
    Gevaar: met je voeten (of andere ledematen) bekneld raken tussen de stijgende laadklep en de achterkant van de laadvloer.
    Jouw veilige plek is op de laadklep, aan de zijkant (deze zone is op iedere laadklep duidelijk gemarkeerd door middel van belijning of voetafdrukken!)
  4. Zone tussen de sluitende laadklep en het achterkant van de gehele laadruimte. Gevaar: met je hoofd of handen bekneld raken omdat je bijvoorbeeld nog even in de vrachtauto kijkt terwijl de laadklep dichtgaat.
    Jouw veilige plek is bij de bedieningskast naast de vrachtauto.
    Om dit risico te verkleinen hebben veel bedieningskasten een 2-hands-bediening. Dit wil zeggen dat je twee handen nodig hebt om de laadklep te kunnen besturen. Op deze manier dwingt de bedieningskast je aan de zijkant van de vrachtauto te blijven.
  5. Zone tussen de lading op het platform en de achterkant van de vrachtauto.
    Gevaar: bekneld raken tussen vallende lading en de achterkant van de vrachtauto. Jouw veilige plek is op het platform op de plek waar voetafdrukken gespoten staan.
  6. Zone tussen de laadklep en vaste obstakels zoals muren, laadkades enz.
    Gevaar: bekneld raken tussen een muur of laadkade en de laadklep. Blijf tijdens het bedienen van de laadklep bij de bedieningskast aan de zijkant van de vrachtauto staan.

Footprints
Op het platform staan twee voetafdrukken gespoten. Ze geven de plek aan waar je moet staan.

Veilig lossen
Wil je lading gaan lossen? Denk dan aan deze tips:

  • Zorg dat je de vrachtauto op een veilige plek parkeert.
  • Zet je voertuig op de handrem en schakel de motor uit.
  • Rijd je met een oplegger? Zorg er dan voor dat je vrachtauto niet kan omkantelen wanneer je zware lading op het platform van de laadklep plaatst.
  • Heeft je vrachtauto steunvoeten? Klap deze dan uit zodat de vrachtauto steviger staat. Plaats de steunvoeten op een stevige, vlakke ondergrond.
  • Zet de werkzone af en zorg dat deze goed verlicht is.
  • Houd zicht op de werkzone van de laadklep en het platform. Check continu of de werkzone vrij is. Niemand mag op of onder de laadklep zijn.

Sluiting laadklep
Ben je klaar met laden of lossen? Dan sluit je de laadklep op de volgende manier:

  1. Breng het platform omhoog tot op het laadvloerniveau van de vrachtauto.
  2. Laat het platform inklappen.
  3. Sluit het platform totdat het verticaal staat en het hydraulische systeem in overdruk draait.
  4. Vergrendel het mechanisch platformslot.
  5. Hef de steunvoeten omhoog tot rijpositie.
  6. Schakel de stroom naar de laadklep uit met behulp van de cabineschakelaar in de voertuigcabine en de batterijschakelaar van de bedieningskast buiten.
  7. Haal de massasleutel uit de bedieningskast.
  8. Sluit de afdekklep van de bedieningskast.

LET OP: tijdens het rijden -met of zonder lading- moet de laadklep van je vrachtauto altijd op slot zitten!

Vastzetmiddelen laadruimte

Om te voorkomen dat lading gaat schuiven, is het belangrijk om deze goed vast te zetten. Hierbij kun je gebruikmaken van vastzetmiddelen.

Vastzetmiddelen worden ook wel span- en stuwmaterialen genoemd.

Veelgebruikte vastzetmiddelen in de laadruimte zijn:

  • Spanbanden
  • Vergrendelstangen/ klembalken
  • Antislipmatten
  • Opvulmiddelen (zoals luchtkussens, lege pallets en dekens)

In het volgende hoofdstuk gaan we dieper in op de verschillende span- en stuwmaterialen.

Eisen laadruimte
Voordat je begint met het laden van goederen controleer je eerst de laadruimte.

Check laadruimte voor het laden

  • Is de laadruimte schoon?
  • Zie je scherpe delen in de laadruimte waar jij jezelf of de lading aan kunt stoten?
  • Welke vastzetmiddelen zijn er?
  • In welke staat zijn de vastzetmiddelen?